Vaak kwam ik thuis

waar de tijd zichzelf kon horen in de tegels
waar de winnaars werden ingelijst
en graasden achter glas
waar ik over sloten naar de avond schaatste
en de woonkamer een plek was
waar nooit iemand zat

waar het water even hoog lag als de velden
waar we uren zwijgend fietsten
over knerpend kiezelpad
waar de paarden uit het zicht konden verdwijnen
en waar zondags onder parasols
geduldig werd verwacht

waar de brug zijn licht liet breken op het water
waar je vaak heel zacht mijn naam zong
tot ik langzaam wakker werd
zodat ik de lampjes zien kon op de kade
terwijl jij in het geheim koos
voor de langste weg

waar tomaten tegen coniferen groeiden
waar de tuin de wijde wereld was
die aan mijn voeten lag
waar de luchten zoeter roken in de zomer
waar ik leerde dat ik in de nacht
het leven scherper zag

waar een kus me wakker hield totdat het licht werd
waar de liefde onbekende armen
om mijn middel sloeg
waar ik angsten op een vreemde mond liet landen
en een stem die me ontwrichtte
al mijn vijanden verjoeg

waar ik voor het eerst met leugens aan terrein won
waar ik in het donker naar het
onbekende overstak
met een nieuwe hand behoedzaam om de mijne
zonder aarzelen beloftes die ik deed aan jou
verbrak

vaak kwam ik thuis
nooit heb ik het toen geweten
ik spreid mijn vingers
volg de lijnen in mijn huid
en voor het eerst zie ik dat alle routes
daarin zijn bewaard

en ik overal ter wereld
altijd
thuis zal komen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.